Canis Major (Grote Hond)

CMAIn de meridiaan 10 p.m. (GMT) 1 februari. Zichtbaar van december t/m maart.

De Grote Hond, een van de opvallendste sterrenbeelden, wordt gemarkeerd door de schitterende ster Sirius, gewoonlijk de Hondsster genoemd, de helderste ster aan de hele hemel.

Sirius zou verantwoordelijk zijn voor de hete, drukkende “hondsdagen” op het noordelijke halfrond, die in september kunnen voorkomen. Volgens de legende voegt Sirius, omdat hij tegen het einde van de zomer op dezelfde tijd opkomt als de zon, zijn helderheid toe aan de energie van de Zon en produceert hij dus extra warmte.

Canis Major en het naburige sterrenbeeld Canis Minor, de Kleine Hond, komen in veel mythen voor. Volgens een legende zitten de twee honden geduldig onder een tafel waarvan de Tweelingen dineren. De zwakke sterren tussen Canis Minor en Gemini zijn de kruimels die de Tweelingen aan de honden geven.

Volgende de oude Grieken kon Canis Major ongelooflijk snel rennen. Van Laelaps, zoals zij hem noemden, wordt gezegd dat hij een race won tegen een vos die ‘s werelds snelste dier was. Zeus zette de hond aan de hemel ter ere van de overwinning.

Volgens een andere mythe helpen de Grote Hond en de Kleine Hond Orion terwijl hij op jacht is, zijn favoriete sport. Met zijn oog gericht op Lepus, de Haas, ineengedoken juist onder Orion, lijkt Canis Major klaar voor de sprong. In een andere versie van het verhaal is Sirius Orions jachthond.

De oude Egyptenaren hadden veel respect voor Sirius. Nadat ze enkele maanden lang vlak bij de zon gebleven was, kwam de ster tegen het einde van de zomer juist voor dageraad op, hetgeen heliakische opgang wordt genoemd. Dat kondigde de jaarlijkse overstroming van de Nijl aan, waarbij het slib de akkers vruchtbaar maakte. Deze gebeurtenis was zo belangrijk voor hen dat ze het begin van het jaar aangaf.

CMA

 Sirius of Alpha (α) Canis Majoris: Deze ster, de helderste aan de hemel, staat maar 8,7 lichtjaren ver. De geweldige schittering dankt ze ook aan het feit dat ze bijna 40 maal zo sterk is als de Zon. In 1834 merkte Friedrich Bessel op dat Sirius, een vreemde schommelende beweging uitvoerde, hetgeen op een onzichtbare begeleider wees. In 1862 ontdekte de beroemde telescopenbouwer Alvan Clark, die een nieuwe 460mm-lenzenkijker op Sirius testte, de zwakke ster die we nu kennen als de Pup. Het is een witte dwerg met een zo’n grote dichtheid dat een stuk ervan ter grootte van het Nieuwe Testament 200 ton zou wegen.

Op zijn eentje zou de Pup een respectabele ster zijn, met haar m8,4 zichtbaar door een telescoop, maar haar positie nabij de machtige Sirius maakt haar een moeilijk doelwit waarvoor een telescoop met minimaal een 250mm-opening en heel stabiele observatie omstandigheden nodig zijn.

In de oude Griekse en Romeinse astronomische geschriften wordt Sirius vrij regelmatig beschreven als “rossig” of “roodachtig” van kleur. Was Sirius in het recente verleden rood? Dat is erg onwaarschijnlijk omdat andere heldere sterren soms ook als rood beschreven werden. Misschien kwam dat door door kleuren die te zien zijn als heldere sterren fonkelen.

 M 41: Deze mooie open sterrenhoop is omgeven door een rijk veld van achtergrondsterren, helder genoeg om als een wazig plukje te zien voor het blote oog. Verrekijkers laten een sterrenveld zien verstrooid over een oppervlakte ter grootte van een Volle Maan. Als je er door een telescoop naar kijkt, zul je een duidelijk een hele rode ster zien nabij het centrum van de sterrenhoop.

 NGC 2362: Deze sterrenhoop van tientallen sterren ligt dicht rond Tau (τ) Canis Majoris een blauwe supergigant van m4. Niet duidelijk is of Tau (τ) echt een lid van de sterrenhoop is of een toevallige ster op de voorgrond.

Leave a Reply