Gemini (Tweelingen)

GEMIn de meridiaan 10 p.m. (GMT) 1 februari. Zichtbaar van oktober t/m mei.

Gemini, een vertrouwd beeld aan de hemel, maakt deel uit van de dierenriem. Verscheidene culturen hebben de sterren als tweelingen, gezien, hetzij als goden of mensen hetzij als dieren of planten.

De Grieken noemden de twee helderste sterren van het sterrenbeeld Castor en Pollux, naar de tweelingen die uit een ei van hun moeder Leda kwamen, nadat Zeus haar verleid had. De tweelingen waren onder de helden die met Jason op zoek gingen naar het Gulden Vlies. Ze hielpen toen de Argo tijdens een storm dreigde te zinken en het sterrenbeeld werd dus erg gewaardeerd door zeelieden.

William Herschel ontdekte Uranus nabij Eta (η) Geminorum in 1781 en Clyde Tombaugh ontdekte in 1930 Pluto nabij Delta (δ) Geminorum.

GEM

 Castor of Alpha (α) Geminorum: Deze zesvoudige ster is alleen door een kleine telescoop als een dubbelster te zien. Voor het oog lijkt Castor een m1.6 ster maar een kleine telescoop scheidt Castor in een sprankelend blauw-wit component van m2 en m3. De 2 componenten vormen een echt binair systeem met een omtrek periode van 470 jaar. Tevens is er een m9 compagnon aanwezig. De drie sterren zijn allen spectroscopische binaire systemen waarmee het totale aantal sterren in het systeem 6 bedraagt.

 Eta (η) Geminorum: Deze heldere halfregelmatige veranderlijke varieert van m3,2 tot m3,9 en terug in ca. 8 maanden.

 Zeta (δ) Geminorum: Deze Cepheïdenveranderlijke varieert tussen m3.6 en m4.2 in een cyclus van 10,2 dagen.

 M 35: Deze heldere open sterrenhoop is mooi door een verrekijker en spectaculair door een kleine telescoop. NGC 2158 is een kleinere, zwakkere open sterrenhopen in de zuidwestelijke rand. Hij verschijnt in een kleine telescoop als een zwakke vlek. De afstand bedraagt ca. 16000 lichtjaren, vijfmaal de afstand tot M 35.

RGB

M 35, een spectaculaire open sterrenhoop. © Jeroen Moonen

 Eskimonevel of NGC 2392: Deze wat eigenaardige planetaire nevel van m8 heeft een heldere ster. De blauwgroene tint van zijn 40 boogseconden brede schijf verraadt dat hij wel degelijk een planetaire nevel is.